Skip to main content

Oude herinneringen aan het Witte Dorp

Jongensinternaat Tegelen

Huib Hendriksen is ruim 90 jaar geleden geboren in Geldrop. Het gezin Hendriksen bestond uit vader, moeder, drie jongens en één meisje. Huib was het tweede kind in het gezin en bracht zijn lagere schoolperiode van 1936 t/m 1941 door in het door zusters geleide jongenspensionaat Sint-Antonius te Tegelen. In die tijd was het niet ongebruikelijk, dat de ouders een of meerdere kinderen naar een internaat lieten gaan voor een goede scholing en opvoeding. In Tegelen maakte hij mee, dat de Duitse militairen Nederland binnentrokken. Hij zag ze in de vroege ochtend hun ontbijt buiten klaarmaken toen hij uit het raam keek. Uiteindelijk zaten alle vier de kinderen uit het gezin Hendriksen op de kostschool.

 

De familie Hendriksen verhuisde in 1939 naar de Geldropseweg 154 in het toen net gebouwde Witte Dorp. Het waren voor die tijd luxe woningen met zelfs een badkamer! Huib heeft er tijdens zijn middelbareschooltijd van 1941 tot 1948 gewoond.

 

Hij zat op de Hogere Burger School (HBS), die toen gevestigd was in de Sint Catharinastraat ter hoogte van het Wilhelminaplein. Hij weet te vertellen: “De rector was een oud-officier, die wel zorgde dat de leerlingen in het gareel bleven. We gingen eerst heel vroeg naar de St. Joriskerk, daarna liepen we naar school, want we hadden geen fiets, en aten onze boterhammen op school. Overblijven was noodzakelijk. Eenmaal thuisgekomen werd er huiswerk gemaakt en warm gegeten. Zo waren de dagen goed gevuld. Zelfs op zaterdagochtend gingen we eerst naar de kerk en daarna naar school.”

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonden in het Witte Dorp zowel Joodse gezinnen als mensen die min of meer pro-Duits waren. Zo was bekend, dat hun buren de bezetter goed gezind waren. Huib beschouwde ze als ‘vijanden’ en heeft wel eens uit baldadigheid van bovenaf iets in hun kippenhok gegooid, waardoor de kippen van de leg raakten. Toen de oorlog was afgelopen, moesten hun buren gedwongen in hun huis blijven. Ze zaten daar als het ware tijdelijk opgesloten in afwachting van verder onderzoek naar hun gedragingen.

 

Huib weet zich te herinneren: “In de loop der tijd kwam het wel eens voor dat er geen les werd gegeven op het gemeentelijk lyceum. Dat duurde dan maandenlang en werd er in kleine groepjes lesgegeven bij leerlingen of docenten thuis. Ik hoopte dan maar dat ik op het einde van het schooljaar voldoende had geleerd om over te gaan. Je was daar door de omstandigheden niet zeker van. Ik ging gelukkig over, maar mijn twee broers niet. Het was een slechte tijd.”

 

Affiche Tweka

“Mijn vader werkte bij de Tweka in Geldrop als in- en verkoper. In 1944 zou hij eigenlijk voor z’n werk naar Engeland moeten, maar dat kon toen niet vanwege het feit, dat mijn moeder toen in Amsterdam verbleef. Zij was daar voor familiebezoek naartoe gegaan, maar kon niet meer terugkomen naar Eindhoven vanwege het ontstane front langs de rivieren. Het zuiden van Nederland was al wel bevrijd, maar het noordelijke deel bleef bezet als gevolg van de mislukte Operatie Market Garden. Mijn vader kon zijn kinderen natuurlijk niet alleen achterlaten.”

 

 

Koptelefoon Canadese tank

Na de bevrijding van Eindhoven werden op het DAF-terrein naast het Witte Dorp door de geallieerden een herstelwerkplaats ingericht voor tanks, vrachtwagens en andere voertuigen. Huib weet nog: “Ik was daar met mijn vrienden regelmatig te vinden. We haalden daar bekabeling en koptelefoons weg. De kabels gebruikten we om onze woningen onderling te verbinden. We waren erachter gekomen, dat je via de oorschelpen met elkaar kon praten. In de ene oorschelp praten en met de andere luisteren. Een van mijn vrienden was Jopie Klaassen, die nogal ziekelijk was. Hij lag de hele dag in bed en luisterde dan naar muziek via de radio. Met onze provisorische verbindingen konden wij op afstand met elkaar praten en 's avond in bed ook naar de muziek van Jopie’s radio luisteren.

 

Leskaart Dansschool van Vuuren

Huib vertelt ook nog: “Tegenover het pand waar nu cafetaria ‘St. Joris’ zit, was aan de overzijde op de hoek van de Geldropseweg en de Gabriël Metsulaan in de jaren ‘40 een Etos winkel gevestigd. Boven deze winkel woonde het gezin Donkers. Toch was er boven nog een flinke ruimte over, waar de jeugd uit Tuindorp elke zondagavond danste op muziek uit een grammofoon met 78 toeren platen. Later ging ik met vrienden op dansles bij dansschool van Vuuren in de Tramstraat. Jonny van Vuuren had de muren tussen twee woningen uitgebroken en zo was er een zaaltje gecreëerd. Alleen de schoorstenen waren in het midden van dat zaaltje blijven staan. We dansten er met z’n allen omheen en hadden veel plezier. Het was natuurlijk stijldansen en deze dansschool had dan ook de leus: ‘Stijl en Gratie vormen van Vuurens reputatie’.”

 

Tekenkamer Bronwerk Amersfoort ©

“In 1948 behaalde ik mijn HBS-B diploma en kon daarna gaan studeren. Ik koos voor werktuigbouwkunde en kwam terecht bij de Technische Hogeschool (TH) in Delft. Ik woonde in bij een hospita in Scheveningen en ging op de fiets of met de trein naar Delft. Ik heb erg lang over mijn studie gedaan. Ik was intussen getrouwd en had naast mijn studie ook mijn werk als student-assistent en later als technisch ambtenaar bij TH in Delft. Je kunt niet alles tegelijk. Uiteindelijk rondde ik mijn studie pas in 1961 af. Ik heb een tijd als ingenieur bij het metaalbedrijf Bronswerk in Amersfoort gewerkt, dat gespecialiseerd was in ketel- en apparatenbouw. Ze maakten er immense ketels, airconditioning en kachels, die over de hele wereld werden geëxporteerd. Ik ontwierp allerlei soorten warmtewisselaars”.

 

Maar na enkele jaren ging Huib naar Eindhoven terug, want hij kreeg werk bij de Technische Universiteit (TUe) als technisch begeleider en docent. Hij heeft daar 25 jaar met plezier gewerkt en veel studenten werktuigbouwkunde begeleid en opgeleid. Met enige trots laat hij nog zijn horloge zien, dat hij van de TUe heeft gekregen. Nu is Huib al jaren met pensioen en ondanks zijn zeer hoge leeftijd woont hij zelfstandig in Woensel.

 

De Tuindorp Koerier 1944

Huib weet nog: “Na de oorlog werd de Tuindorpgroep opgericht. Dit was een groep jongeren, die vooral verbonden waren aan het 1e en 2e elftal van Tuindorp. Ik heb daar de beste herinneringen aan. We waren jongeren onder elkaar, waar onderling een heel hechte band was. Ik kan je nog een namen- en adressenlijst van deze Tuindorpgroep laten zien. Jarenlang hebben wij nog contact met elkaar gehad ondanks dat vele van hen naar het buitenland zijn gegaan.”

 

 

Je kunt zeggen dat de sterke sociale cohesie, die nog steeds in het Witte Dorp bestaat, al in die naoorlogse jaren is ontstaan.